Mythomaan
In gesprek met Tom Driesen.
Over bijbelfiguren, de goocheltruc van gedichten en het creatieve nut van spraakberichten.

Proficiat met je tweede dichtbundel, Tom. In hoeverre verschilde het scheppingsproces van Mythomaan van dat van Inschepen en vertrekken?
Ik was bij Mythomaan vooral verbaasd dat hij er opeens was. Ik werkte aan een subsidiedossier voor Literatuur Vlaanderen rond een spokenwordvoorstelling. Voor dat dossier moest ik enkele gedichten verzamelen. En omdat ik dan toch bezig was, dacht ik: laat ik die maar meteen naar de uitgever sturen. Die vroeg wanneer ik het wilde uitgeven. Toen heb ik er een echte bundel van gemaakt.
Inhoudelijk is “Inschepen en vertrekken” begonnen als een persoonlijke bundel. Het thema water kwam pas achteraf. Deze bundel vertrok eerst vanuit Bijbelfiguren. Ik ben leerkracht godsdienst. Ik dacht: laat ik eindelijk eens schrijven over iets wat ik inhoudelijk beheers. Daarbij kwamen de mythen, waarover ik de afgelopen jaren alles heb verslonden wat ik kon vinden. Het is ook de eerste bundel die voor een groot stuk in dialoog is geschreven met Marzena Lesińska, met wie ik ook samen optreed.
Zoals de titel van de bundel doet vermoeden, vormen Griekse mythen en Bijbelverhalen een belangrijke inspiratiebron. Wat spreekt jou aan in die verhalen?
Ik denk vooral de diepe menselijkheid van zowel goden als helden, hun kwetsbaarheid en imperfecties. En de valkuilen waar we al heel onze geschiedenis in blijven lopen, zoals overmoed en lust. Die verhalen blijven altijd in beweging. Er spreekt natuurlijk ook een drang naar bravoure en prestige uit. Daarnaast denk ik ook dat het verhalen zijn met minder taboes rond seksualiteit. En dat vind ik heel mooi.
Als je één god of mythologisch personage zou mogen kiezen als ‘gids voor het leven’, wie zou dat dan zijn? En waarom?
Het is misschien een cliché, maar ik kies voor Odysseus. Ik zie het leven graag als één groot avontuur. En ik heb op dat gebied echt niet te klagen. Toch is het belangrijk dat er een plaats in jezelf is waar je kan thuiskomen. Ik verlies mezelf echt graag in poëzie, sport, muziek, in de liefde en in projecten. Maar ik heb altijd het geluk gehad dat ik, soms met moeite, de weg terugvond.
Wat ik origineel vind aan je poëzie, is dat ze geregeld aanschurkt tegen cabaret. Daarmee bedoel ik dat je de lezer weet te ontroeren én aan het (glim)lachen te brengen binnen één afdeling, soms zelfs binnen één gedicht. Vind je het belangrijk om uiteenlopende emoties bij de lezer op te roepen, of ben je daar niet bewust mee bezig?
Dat vind ik een mooi compliment. Ik ben gewoon nogal een onrustige ziel. Ik blijf niet graag in emoties hangen. Als dingen te ernstig worden, ga ik in het echte leven ook al snel grappen maken. Maar evengoed gaat smalltalk me heel snel vervelen. Ik voel me het best als de energieën wisselen. Dat is net de goocheltruc van gedichten: je kan altijd dingen achter de hand houden.
Rijm, ritme, taalspel, pointes … Het podium lijkt nooit ver weg in je gedichten. Schrijf je altijd met de voordracht in het achterhoofd?
Ik had me voor deze bundel voorgenomen elk gedicht uit het hoofd te leren voor ik het zou publiceren. Dat is maar voor pakweg zeventig procent gelukt, maar goed. Een gedicht uit het hoofd leren en het minstens twee keer voordragen voor een publiek, is de ideale manier om het te herschrijven. Als je het gedicht zo intiem leert kennen, vallen alle zwakke plekken op. Iets wat je niet onthoudt, kan je meteen schrappen. Scheve cadansen worden door je spraak rechtgezet.
Dat brengt mij bij Tiresias 1, dat je doorleefd voordroeg tijdens de boekvoorstelling van Mythomaan. In het gedicht verbind je de mythe van Tiresias – die met blindheid werd bestraft omdat hij Athene had zien baden - met je eigen visuele beperking. De slotregel luidt: Deze ogen hebben mij een stem gegeven. Wordt een gedicht grotendeels gevormd in je hoofd voor je één letter op papier hebt gezet? Is jouw werkdocument eerder een audiofile dan een geschreven tekst? Neem ons mee in je schrijfproces.
Het wisselt. Ik schrijf nog steeds gewoon aan de computer. Meestal zit ik dan lekker hardop te mompelen en soms te vloeken. Maar het klopt wel dat spraakberichten aan mezelf een steeds groter deel uitmaken van mijn schrijfproces. Ik ga in de bus, op een plein of in mijn tuin zitten, vorm het gedicht strofe per strofe in mijn mond en spreek het vervolgens in. Ik vind het heel leuk dat er meerdere manieren zijn om tot een gedicht te komen.
Als ik me niet vergis, was jouw liefde voor muziek er al vóór de poëzie. Dat brengt mij bij het gedicht Hypnos (voor Tutu Puoane): een prachtige liefdesverklaring aan de Zuid-Afrikaanse jazz-zangeres die in ons land woont. Wat raakt jou in haar muziek? En kent zij dit gedicht?
Ik zou het haar moeten opsturen! Ik zag haar live in Café des Arts in Antwerpen. Haar muziek was zo helder, zo licht ... Het kwam enorm binnen. De liederen waren ook gedichten die ze op muziek had gezet. Het is echt machtig dat muziek je zo naar een andere wereld kan brengen.
Het derde gedicht dat ik wil uitlichten, is Sater. In dit nachtelijke gedicht kijkt de ik-figuur zichzelf in de ogen in een etalage. Hij reflecteert op hoe zijn leven anders had kunnen lopen, mocht hij andere, destructievere keuzes hebben gemaakt. Een van de mooiste regels vind ik: Hoe vaak hebben mijn middelvingers / in mijn broekzakken gezeten? Hoe verhoudt jouw poëzie zich tot de emoties die je ervaart?
Sater is eigenlijk één grote freestyle, ontstaan na een ontmoeting in een nachtwinkel in Antwerpen. Het is ook echt zo’n ingesproken gedicht. Mag ik het over psychedelica hebben? Zo’n drie à vier keer per jaar doe ik een trip. Dan komen je gevoelens harder door en voel je je meer verbonden met iedereen. Ik geef ook vaak workshops in gevangenissen. Na een trip kwam het heel hard binnen dat ik in mijn kwetsbaarheid en woede soms niet zo erg verschil van mensen die in de gevangenis belanden. Ik denk dat gevoelens en kwetsbaarheid een steeds grotere rol spelen in mijn poëzie.
Voor we afronden, werp ik je graag een quote voor de voeten. Ik heb gekozen voor een uitspraak van Stephen Fry uit Mythos: “His humans were happy, yes; but to Prometheus such a safe, unchallenged, and unchallenging existence had no zest to it.” Wat zegt die uitspraak jou vandaag?
Ja, ik hou niet van veiligheid. En gelukkig zijn er altijd nieuwe uitdagingen. Het afgelopen jaar heeft me toegelaten om poëzie te brengen in een BDSM-club, op burlesque podia en in een kerk vol kinderen ... Ik hou nog steeds van uitdagingen, zowel fysiek, mentaal als artistiek. Ik hou ook nog steeds van de kleine open podia en de slamwedstrijden. Ik moet af en toe ook ademhalen, maar als je me te lang in een zetel ziet zitten, moet je je zorgen maken.
Kan je ons tot slot een inkijk geven in je agenda? Wat staat er de komende maanden op je poëzieplanning?
2 oktober treed ik op in de Groene Fee. Ik ga ook zoveel mogelijk Sprekende Ezels doen en op open podia in Nederland staan. Gedichtenweek zit gek genoeg al bijna vol. Ik host ook nog steeds You on Stage Turnhout en ons Collectief Dichterbij bestaat in 2027 20 jaar! I'll keep you posted!
Bedankt voor dit gesprek, Tom!
Gedichten bij het gesprek:


_edited.png)



