Hypnos (voor Tutu Puoane)

3 sep
1 minuten om te lezen
En toen maakte ze de nacht
tot een lied.
Ze zong het zo vaak voor me
dat ik onder haar stem kon slapen
als onder een bladerdek.
Er was een riff, een bas die armen had
en een boezem waar mijn hoofd op paste.
De oorlog in de verte
leek een donderbui.
De monsters een knagend geweten
ronkten met een buik vol zonde.
Ze heeft de wereld
in geen melodie ontkend.
Ze riep een thuisland aan
haar stem borrelde op
als een rivier die lijnen trok.
Ze neuriede de hemel zwart
en vol met sterren.
Ik viel zo langzaam
dat ik in een baan
rondom haar kwam te zweven.

_edited.png)



