In de verte is ze hier
- Antony Samson

- 24 mrt
- 7 minuten om te lezen
Bijgewerkt op: 2 dagen geleden
In gesprek met Elisa Schepens
Over warme herinneringen uit de kindertijd, de mystieke kracht van de natuur en haar debuut In de verte is ze hier.

Proficiat met je debuutbundel, Elisa. In de verte is ze hier (uitgeverij Archipel) is een erg persoonlijke bundel geworden die ‘de wens, de wil en het verlangen toont om via de weg van de herinnering het eigen pad telkens opnieuw uit te vinden’. Kan je de rol van herinneringen in deze bundel nader toelichten?
Ik ben ervan overtuigd dat celgeheugen een herinnering met zich meedraagt. Ik heb het gevoel dat ik het meest aanwezig en verbonden was met het leven in mijn kindertijd. Daarom is het voor mij belangrijk om de warme herinneringen uit de kindertijd te gedenken en te koesteren, zodat je later moeilijke bergen over kunt trekken. Een herinnering kan kracht bieden, troost, en in verschillende fasen van het leven een andere betekenis of begrip betekenen.
Het concept dat celgeheugen traumatische herinneringen opslaat, suggereert dat trauma niet alleen in de geest, maar ook fysiek in het lichaam wordt opgeslagen als oude pijn, blokkades en emotionele patronen. Regressietherapie wordt ingezet om deze diepgaande, onbewuste herinneringen naar boven te halen en te verwerken, waardoor de fysieke en emotionele lading van het trauma kan verdwijnen. Ik heb het op mezelf toegepast waardoor ik blijvend uit psychose ben geraakt. Ook andere lichaamsgerichte therapieën zoals yoga, ademhaling en mindfulness, kunnen helpen emotionele blokkades uit het celgeheugen los te laten.
Trauma kan ervoor zorgen dat het lichaam de gebeurtenis herinnert en reageert, zelfs als de bewuste geest dit heeft vergeten of denkt geplaatst te hebben. Dan spreken we van dissociatie. Door dissociatie gaat iemand zich eenzaam voelen en niet meer zo verbonden met zichzelf en de wereld om hem heen. Het laatste gedicht Dwaaluren gaat over dissociatie en posttraumatisch stresssyndroom.
Je bent naast dichter ook beeldend kunstenaar en ontwerper. Gedichten in je debuut worden ook geflankeerd door beeldend werk. In hoeverre verschilt het creatieproces van een gedicht met dat van een schilderij of tekening?
Eigenlijk werkt dat hetzelfde. Je maakt eerst een schets van een beeldend werk, waarna je het verder uitwerkt, tot het voor jezelf een afgewerkt geheel is dat iets kan raken. Met dichten maak je ook eerst een ruwe vorm of eerste idee, dat je daarna verder uitwerkt en redigeert tot het klinkt en iets vertelt. Maar door het verschil in het materiaal van het medium, werk je wel op een ander gebied: het schilderen gaat meer in de gevoelswereld, het dichten vraagt meer denkwerk van het hoofd. Dat doet tekenen ook, maar het dichten gaat verder: het wordt een soort lichaamsvrij willen, waarbij de ziel streeft naar een andere vorm van expressie, zoals Rudolf Steiner het verwoordt. Gedichten schrijven kan ik op verschillende plaatsen en onderweg. Tekenen ook, maar schilderen en tekenen vergen een concentratiewerk in een atelier of op één plek waar alle benodigdheden voor handen zijn.
Je bundel wordt ingeleid door een passage van Fernando Pessoa uit het Boek der rusteloosheid. Is rusteloosheid een belangrijke trigger voor jou om poëzie te schrijven, of werkt het net belemmerend?
Rusteloosheid is een goede drijfveer omdat het iets aan de oppervlakte wilt brengen.
Het citaat van Fernando Pessoa dien je - zoals Tom Veys het zo treffend verwoordde in zijn recensie over mijn debuut – als een leessleutel zien om om de gedichten goed te begrijpen: ‘Ik dwaal af en vind; ik vind omdat ik afdwaal.’ De dwaaltocht of de zoektocht naar identiteit bepaalt deze bundel in grote mate. Op de binnenflap van In de verte is ze hier staat verder: ‘Deze bundel schetst een zoektocht naar identiteit en vervreemding, naar het (on)vermogen om verbinding te maken en naar het ontgroeien van veiligheid en vertrouwen.’ Dat laatste werpt iemand terug op zichzelf, maar wil door pijn liefst weg van zichzelf. De onrust die dit veroorzaakt, kan een afgrond betekenen die - mits deze te overwinnen - ook een zeer sterke eigen persoonlijkheid kan creëren.
Zo kan er een dankbaarheid ontstaan voor de weg die anders liep dan bij de anderen.
Over naar drie gedichten uit In de verte is ze hier. Uit de eerste afdeling Wortelnest kies ik Advent: één van de warme, huiselijke gedichten uit deze afdeling. Het valt me op dat geuren – in dit geval dennen en bijenwas - een belangrijke rol spelen in de herinneringen die je poëtisch neerschrijft. Verweef je bewust meerdere zintuigen in je verzen of gebeurt dat automatisch?
Dat gebeurt automatisch. Men noemt mij een tactiele dichter. Ik denk dat geuren ook belangrijk werken om iets terug te kunnen oproepen. De rituelen die bij ons thuis plaatsvonden, zoals het kruisje op het voorhoofd voor het slapengaan, het zingen bij de kaarsen van de adventskrans, de wasgeur van die kaarsen, het voorlezen van verhalen rondom de jaargetijden, verbinden ons niet alleen met onszelf en met elkaar, maar ook met de seizoenen en met een oude wijsheid die reeds lang werd doorgegeven. Wij zijn ook deel van onze voorouders, dragen mee wat zij nog niet alleen dragen konden. Familie-opstelling is iets wat daar een inkijk in geeft. In mijn gedichten zijn de geesten en de voorouders een geheel met de levende personen die worden beschreven.
In de tweede afdeling Vegetatie voor een thuisklimaat verlaten we het nest en trekken we de natuur in. Heel wat fauna en flora passeert de revue. In het gedicht Kersenboom heeft de ik-figuur het lastig met een stervende kersenboom. De boom bloedt en/hij huilt een puur juweel het lichaam uit/. Hoe omschrijf je jouw band met de natuur? Gaat er voor jou een mystieke kracht van uit?
Er gaat zeker een mystieke kracht van uit. Natuur heeft voor mij een helende betekenis, en verborgen krachten. Ik schrijf hier ook bij dit gedicht “lichtgeesten zweven af en aan”, voor mij als kind iets dat hoorde bij het normale totaalbeeld van het beleven van de natuur. Het pure juweel dat de boom zijn lichaam uithuilt betreft hier amber, een harsgesteente waar juwelen van worden gemaakt. Het is oker tot oranjekleurig, en soms zitten er insecten in vervat. Het is gestolde hars van een boom. Een boom, maar ook de rest van de natuur of zelfs voorwerpen, benader ik graag animistisch.
Uit de laatste afdelingWenteljaren kies ik Menu van de dag. In dit beeldrijke gedicht neem je ons mee naar een boomhut waar het geurt naar kaneel en gestoofde appeltjes. Uit het gedicht spreekt een diepe vriendschap tussen twee kinderen ‘in ons kamp van vertrouwen en katoen’. Je hebt zelf twee kinderen. In hoeverre brengen ze bepaalde jeugdherinneringen weer tot leven bij jou? En verweeft het heden zich dan met je verleden in de verzen die je schrijft?
Mijn kinderen brengen inderdaad ook herinneringen van mijn jeugd weer naar boven. Dat is heel mooi om te mogen ervaren. Je ziet dingen zich herhalen, je probeert bij te sturen bij je kinderen waar je weet dat het voor jezelf moeilijk was, maar je ziet ook nieuwe dingen waardoor je ook leert als ouder. Bij mijn bundel heb ik wel mijn eigen wereld als kind terug naar boven gebracht. Iets dat ik prachtig vind is de manier van in het moment zijn van het kind, de manier van denken en voelen, en de wijze waarop voorwerpen als een levend object worden benaderd en de band die ze er mee aangaan. Ze brengen ook soms iets naar boven dat je zelf vergeten was van je kindertijd. Ik geniet enorm van mijn kinderen te zien opgroeien en het is een goudmijn aan liefde, inspiratie en ervaringen.
In het gedicht Menu van de dag maak ik samen met mijn oudste broer Bernhard allerlei gerechtjes, eetbaar of oneetbaar. Met gezellig samenzijn, kampen bouwen met bijvoorbeeld gekleurde doeken, creëerden wij een eigen wereldje, in totale tevredenheid en geluk met wat er voorhanden was en wie we waren. Maar broer wilde wel graag alles proeven, en soms liet ik hem dingen eten die niet eetbaar zijn omdat hij ze wilde proeven, of we graasden gras of zand. Met mijn broers en zus heb ik een goede band, wij hebben een fantastische kindertijd gehad.
Een zijsprong naar je beeldend werk: de onlangs overleden modeontwerper Karl Lagerfeld zei ooit: “What I like about photographs is that they capture a moment that’s gone forever, impossible to reproduce.” Vervang even fotografie door jouw beeldend werk. Creëer jij ook soms om momenten en herinneringen te capteren?
Ja absoluut. Het is zelfs vaak de drijfveer om iets te maken! Een kunstenaar is dan ook een soort bewaarder en behoeder van kostbare of intrigerende beelden. Soms weet je zelf niet waardoor het komt dat het je raakt. Meestal weet ik wel wanneer zo een moment plaatsheeft. Dan probeer ik het zo goed mogelijk te bekijken en op te slagen in mijn geheugen. Soms neem ik een foto. Als het om een persoon gaat, kan dit nogal vreemd overkomen, maar eerlijk gezegd is het beeld bewaren dan voor mij belangrijker dan dat iemand iets vreemd of ongemakkelijk vindt over mij. Staren mag, een foto maken is met toestemming.
Ik kan ook iets in mijn hoofd hebben dat ik als beeld wil creëren. Laatst zag ik iemand wiens uiterlijk mij inspireerde, dus vroeg ik of hij wilde meewerken voor een foto. Ik nam van thuis kleding en juwelen mee, heb hem daarmee ingepakt et voila, de foto’s voor het schilderij waren geboren.
Ook je levenspartner, Lander Cornelis, is dichter. Leest hij met je mee tijdens het schrijfproces? Toets je je gedichten met hem af? Zo ja, wat is zijn rol?
Ja, als mijn gedichten in de maak of af zijn, lees ik ze voor en is commentaar wel gewenst. Dat doen we andersom ook. We houden daarbij rekening met elkaars schrijfstijl, die wel echt anders is. Lander leest graag zijn werk voor op muziek, of schrijft op muziek, terwijl ik stilte nodig heb, of omgevingsgeluiden als geroezemoes dat ik kan filteren. Lander leest heel veel van zijn herwerkingen aan mij voor, soms is dat iets te veel en laat ik hem dan naar iemand telefoneren of met iemand afspreken die het dan kan doornemen met hem.
Tot slot: welke kunstexploten mogen we van jou verwachten in 2026?
Ik werk momenteel toe naar een groepstentoonstelling met textielkunst in Wilrijk die in juni zal plaatshebben. Verder werk ik aan mijn tweede dichtbundel, deze zal ook van beelden voorzien zijn. Ik heb daar bewust geen datum op geprikt omdat ik meer tijd wil nemen voor de beeldende werken die erin zullen komen. Deze zullen ook als een tenstoonstelling te bezichtigen zijn tijdens en na mijn boekpresentatie.
In de lente wordt een straatgedicht van mij onthult in de Schijfwerpersstraat.
Ik ga ook een graphic novel maken voor volwassenen, maar ik zet geen tijd op het realiseren daarvan.
Dat is heel wat! Bedankt voor dit gesprek, Elisa!
Jij ook bedankt Antony!
Gedichten bij het gesprek:

_edited.png)



