top of page
  • Foto van schrijverEdward Hoornaert

Kinderlijk kannibalisme

Warsan Shire



Filial cannibalism


From time to time

mothers in the wild

devour their young,

an appetite born of

pure, bright need.

Occasionally,

mothers from ordinary

homes, much like our

own, feed on the viscid

shame their daughters

are forced to secrete

from glands formed

in the favor of men.



Uit: Bless the Daughter Raised by the Voices in Her Head





Kinderlijk kannibalisme


Van tijd tot tijd

verslinden moeders

in het wild hun jongen,

een honger geboren uit

pure, heldere behoefte.

Zo nu en dan

voeden moeders van gewone

komaf, zoals die van ons,

zich met de kleverige

schaamte die hun dochters

gedwongen worden af te scheiden

uit klieren gevormd

ten gunste van mannen.


(Vertaling: Edward Hoornaert)



In het dierenrijk wordt het opeten van nakomelingen gezien als een vorm van ouderlijke zorg. Meer nog, kannibalisme manifesteert er zich zelfs als ultieme uiting van liefde. Door een paar jongen op te offeren, kan een groter aantal jongen overleven. Het voelt enigszins wreed aan en lijkt een gewoonte van vreemdsoortige dieren, en toch is het een behoorlijk courante praktijk die niet alleen bij spinnen, vissen en allerhande insecten voorvalt maar ook bij gedomesticeerde dieren. Zo doet een hamstermoeder zich te goed aan haar zwakste jongeren die het waarschijnlijk toch niet zullen halen maar tot die tijd wel een deel van het voedsel opsouperen. Ook konijnen eten soms hun jongen en kippen hun eigen eieren.


Het lijkt tegenstrijdig: investeren in de voortplanting om die daarna gedeeltelijk teniet te doen. Maar het is dus een praktijk ‘geboren uit pure, heldere behoefte’ zoals Warsan Shire het omschrijft. Die een voordeel moet opleveren, met name het verbeteren van de conditie van de soort. In het gedicht van Shire voeden moeders zich niet letterlijk met het vlees van hun eigen nakomelingen, maar wel met de ‘kleverige schaamte die hun dochters gedwongen worden af te scheiden’.


Ook schaamte houdt verband met een overlevingsinstinct. In de oertijd was de mens erg kwetsbaar en aangewezen op een groep voor zijn veiligheid. Het aanpassen aan de normen van die groep was essentieel om te overleven. Schaamte is een waarschuwingssignaal: je moet je aanpassen zodat je veilig blijft. Het is niet toevallig dat blozen een exclusief menselijk fenomeen is, het onderstreept het belang van schaamte voor de menselijke soort.


Darwin schreef er al over in 1872. In zijn boek The Expression of the Emotions in Man and Animals omschrijft hij blozen als een vorm van sociale expressie die emoties van schaamte, schuld en verlegenheid tot uitdrukking kan brengen. Blozen stimuleert de mens met andere woorden om zich te gedragen in overeenstemming met de gangbare normen en waarden van de samenleving of gemeenschap waartoe we behoren en levert dus een evolutionair voordeel op. Wie bloost, is zich bewust van zijn of haar sociale fouten en is doorgaans bereid om zichzelf bij te sturen om weer in de gunst te komen van anderen.


In datzelfde boek onderlijnt Darwin meteen ook dat blozen cultureel bepaald kan zijn en schaamte verschilt naargelang de opvattingen die heersen in een welbepaalde samenleving of gemeenschap. Maar schaamte kan ook verstikkend werken wanneer we onszelf te strenge regels opleggen of, meer nog, wanneer anderen ons te strenge normen opleggen en hun eigen schaamte op ons projecteren. Het zorgt ervoor dat ons geweten aan ons begint te knagen, ons zelfbeeld wordt aangetast. En omwille van onze nood aan veiligheid, geborgenheid, gezelschap en liefde voor de groep waartoe we van bij de geboorte (willen) behoren, kan het gebeuren dat we onze grenzen zodanig oprekken dat we onszelf verloochenen en verliezen. Het is vermoedelijk deze behaagzucht die in het gedicht 'Filial Cannibalism' op de korrel genomen wordt. Schaamte wordt door moeders bij hun dochters afgedwongen om hen in de gratie van mannen te kunnen laten komen of blijven. Deze schaamte lijkt bijna evolutionair verankerd want ze wordt ‘afgescheiden uit klieren gevormd ten gunste van mannen’.


In een interview met The New Yorker uit 2022, geeft Shire aan dat haar uiterlijk vroeger voor nogal wat spanningen zorgde thuis. Haar familie waardeerde haar lichte huid, maar vond haar haar te stug en ze was te zwaar. 'Mijn moeder is erg mooi en schoonheid is erg belangrijk voor haar,' vertelt ze. 'Ik wist dat er van mij, als haar dochter, verwacht werd dat ik daar een verlengstuk van zou zijn.' Beantwoorden aan een verwachtingspatroon dat opgelegd wordt laat mensen toe te vermijden om in de grond te moeten zakken van schaamte en afgewezen te worden. Maar wanneer dit onmogelijk blijkt te zijn, ontstaat conflict. Met jezelf en met de gemeenschap om je heen die dit conflict voedt.


Overkritische ouders, religie, culturele bepalingen, seksisme, … er zijn best wel wat triggers die ervoor kunnen zorgen dat we gebukt gaan onder de emotie van schaamte. In dit gedicht lijkt het erop dat een bepaalde groep van moeders de overlevering van een cultureel bepaald schaamtegevoel bestendigt. Warsan Shire, een Brits-Somalische dichteres geboren in Kenia en wonende te Londen, voert wel vaker Somalische vrouwen op als protagonisten in haar gedichten. Wat opvalt is dat elk van hen op een of andere manier het conflict van een enigszins getormenteerde maar ook hechte gemeenschap met zich meedraagt. De vrouwen zijn dader en slachtoffer tegelijkertijd, voeden op maar verstikken ook zonder dit te willen. Zijn martelaressen-in-zelfstandigheid maar ontsnappen niet aan de vertwijfeling die elke vergelijking uitlokt.


Het spanningsveld dat ontstaat door deze tegenstellingen straalt altijd op iemand af. In dit geval een generatie van dochters die zich staande moeten weten te houden in een rol die hen allerminst als gegoten zit. Waardoor ze soms ongewild vast komen te zitten in een keurslijf dat hen zo dicht op de huid zit dat de schaamte ‘kleverig’ wordt. Alsof ze die nooit meer van zich afgewassen krijgen. Met het risico die een leven lang met zich mee te moeten dragen en om die, als was het een overlevingsmechanisme, op hun beurt aan hun nakomelingen door te geven.




Warsan Shire (°1988) is een Brits-Somalische schrijfster en dichteres die aanvankelijk vooral op sociale media publiceerde. In 2011 verscheen haar poëziebrochure Teaching My Mother How to Give Birth die uitgroeide tot een bestseller. In 2014 werd ze benoemd tot de eerste Young Poet Laureate voor Londen en het jaar daarop verscheen Her Blue Body, een pamflet in beperkte oplage. Ze werd wereldberoemd met het gedicht 'Home' in 2015, een beklijvende tekst over vluchtelingen. Shire schreef ook de filmbewerking en poëzie voor Lemonade, een visueel album van Beyoncé. Haar eerste volledige bundel, Bless the Daughter Raised by a Voice in Her Head, kwam vorig jaar als volwaardig debuut uit. Warsan Shire woont vandaag in Los Angeles met haar gezin.

Commentaires


bottom of page