De straat die weer wordt aangerand door voeten
die alleen de weg naar loze winkels weten.
Hoe jij in de Hades van je huis krampachtig
woorden zit te schikken, hoe bang je voor
het daglicht bent, hoe ondankbaar je de dagen
die je hebt gekregen wil vertikken –
toch baar je na twee dagen slaaptekort,
koffie, crackers, sigaretten weer een schuin
gedicht dat uitgeput in een couveuse ligt.
Straks scheer je de weemoed, weltschmerz,
wanhoop met een mes van je gezicht en
neemt de trap die je naar het daglicht brengt.
Zo sta je met twee voeten in het ware leven,
met in je broekzak een gedicht dat je
eigenhandig uit de onderwereld trok –
geen mens op straat kijkt naar je om.
eerste gedicht uit de reeks Welkom in mijn onderwereld
Commentaires