top of page

Een halte in de stroom

Foto van schrijver: Wim Vandeleene
Wim Vandeleene
13 uur geleden
6 minuten om te lezen

In gesprek met Hans Van Miegelbeek Over het Aha-moment, de rupsband die alle twijfels platwalst en de parlofoon. 

Welkom in de wereld van Hans, een dichter die met één been in de ochtendrust staat en met het andere midden in de rauwe realiteit. Bezield door enkele grote meesters en gevormd door een docent, smeedt Hans de taal. We ontleden drie gedichten uit eigen werk. Hans laat zien dat poëzie nooit ver weg schuilt. In een oorlogsbericht, een ontmoeting op de trap of de troost van een glas bier.  Welkom Hans bij Roer. We beginnen met een mini oerknal. Wie of wat heeft bij jou de lont voor de taal aangestoken?

Zonder twijfel Broeder Leonard (Hector Meuleman), mijn leerkracht Nederlands. Hij liet ons kennismaken met de poëzie van Jotie T'Hooft. Een man die zo in de film Dead Poets Society had gepast, pal naast Robin Williams.

Verder volg ik al vele jaren poëziecursussen bij Wisper, met Roel Richelieu Van Londersele als vaste docent. In het begin combineerde ik dat met lessen bij Sylvie Marie. Twee cursussen tegelijk bleek echter van het goede te veel, waarna ik alleen bij Roel ben verdergegaan. Geen kwaad woord over Sylvie trouwens, zij is ook een uitstekende docent. Later pikte ik bij Hilde Van Malderen ook nog een interessante cursus column schrijven mee.

Heb je een methode of schrijf je in een opwelling? Of iets daartussen? 

Ik zoek de flow van de ochtend op met wat klassieke muziek op de achtergrond. Vaak ben ik vroeg uit de veren en begin ik al vlug te schrijven. Wanneer ik vastzit, helpt het om te rommelen in de keuken. Ook tijdens het wandelen met de hond krijg ik wel eens een inval — een 'Aha-Erlebnis' als het ware. De kunst is om dat idee meteen te noteren. Daarom heb ik altijd een notitieboekje bij.

Wat is voor jou het ideale recept voor een gedicht? 

Voor mij begint het ideale recept bij de eerste opzet. Dan moeten de emotie, het verhaal en de clue al snel op papier staan. Maar ja, dan is het natuurlijk nog zelden af. Het echte werk begint daarna: kritisch bijschaven.

Ik laat een gedicht altijd eerst rusten. Pas later lees ik het met 'vreemde ogen', alsof ik een willekeurige lezer ben. Dat is een eerste check, want dan zie je pas wat er rammelt. Daarna leg ik het voor aan mijn inner circle. Dat zijn mensen die ik blind vertrouw en die het goed met me menen, maar die ook durven te zeggen waar het op staat. Hierbij een tip: vaak is dat trouwens niet je partner of familie, maar een collega-dichter of de feedbackgroep van een poëziecursus. Je bekijkt dan zelf nog wat je ermee doet. Een derde en laatste check komt van de redactie of de uitgever. Met een helikopterview kijken zij welke gedichten geschikt zijn en hoe deze aansluiten bij het grotere literaire landschap.

Heb jij geestelijke vaders of moeders? Voorbeelden? Iconen? 

Absoluut. Grote namen zoals Wisława Szymborska, Menno Wigman, Charles Ducal en Paul Snoek inspireren mij enorm. Maar ik kijk net zo goed op naar schrijvers uit mijn eigen omgeving. Uiteraard Roel, maar ook Annemie Deckmyn — een onderschatte dame. De bundel Van arend tot schildpad van Luc C. Martens vind ik een meesterwerk, en ook filosoof-dichter Ludo Bleys hoort zeker in dit rijtje thuis.

Welke werken staan er in jouw eregalerij?

Het werk van Luc vermeldde ik zojuist al. Bij Paul Snoek vind ik Een zwemmer is een ruiter werkelijk fenomenaal goed. De fijnzinnigheid in Einde en begin van Szymborska raakt mij telkens weer, en Menno Wigman blinkt voor mij uit met de rauwe melancholie in Slordig met geluk

Jouw debuut Een halte in de stroom is uitgegeven bij Archipel. Vanwaar die titel?

Oorspronkelijk had de bundel een andere werktitel, maar die dekte de lading niet voldoende. Een halte in de stroom verwijst naar een regel uit het gedicht ‘Dichter tussen de mensen’. Het laat zien waar je als dichter staat en wat je de lezer wilt meegeven: een moment van rust en reflectie in de dagelijkse hectiek.

We staan even kort stil bij drie gedichten uit jouw werk. In De olijftak brandt walst een tank over twijfels. Het klinkt als een noodkreet die geen troost zoekt maar getuigt van een vernielde droom.

Dit gedicht is geschreven vanuit een pure urgentie. Na de zoveelste nieuwsuitzending waarin de gruwel en het cynisme van oorlog van het scherm spatten, moest ik dit schrijven om dat cynisme aan te klagen. De eerste versie stond in één ruk op papier. Naar aanleiding van de bespreking bij Wisper werden enkele mindere regels geschrapt, maar de kern bleef onwrikbaar overeind.

Het gedicht Vreemd begint vol verwachting met die 'klik' van de parlofoon, om dan te ontaarden in een ongemakkelijk moment op de trap. Ik onthoud de naakte tenen en de krakende treden.  Maar de echte climax zit in de ironie aan het slot. Neem je hier de rol in van de 'vreemde' in het leven van een ander?

Ja, inderdaad de "vreemde" (de minnaar) die in het leven van een ander binnendringt. Ironisch genoeg komt in het slot de echtgenoot op de proppen die ik als de vreemde ga beschouwen. Die affaire is natuurlijk pure fictie, maar de ongemakkelijke ontmoeting op de trap was pijnlijk echt. Dit is namelijk echt gebeurd — nou ja, de eerste helft toch. Het is gebaseerd op iets  dat ik in he begin van mijn carrière meemaakte. Een jongedame die stage liep bij mijn baas, had me bij haar thuis uitgenodigd. Door het straatlawaai hoorde ze via de parlofoon niet goed wie er aanbelde. Toen ze de trap afdaalde, kreeg ik een bijzonder tafereel te zien. Pas toen haar hoofd onder het plafond uitkwam, herkende ze mij. Ik was duidelijk niet de persoon die ze verwachtte. Ik werd dan ook vriendelijk de deur gewezen wegens 'even geen tijd'. Maar toen ik de straat uitwandelde, reed mijn baas net de hoek om en parkeerde zijn auto voor haar huis.

In café Het Huwelijk schuilt de wanhoop in een glas bier. Een eerbetoon aan de toog als biechtstoel?

Het overkomt mij wel eens dat mensen spontaan hun hart luchten bij mij. Ik zoek die verhalen niet bewust op, maar ik merk dat ik automatisch scherper ga luisteren zodra iemand zijn kwetsbaarheid toont. Dat is de basis van een aantal van mijn gedichten. Dit gedicht ontstond na zo’n gesprek op café, waar een wildvreemde man plots zijn verhaal deed over zijn huwelijk. Hij gaf ruiterlijk toe dat een dagelijks pintje aan de toog zijn enige houvast was om het thuis vol te houden. De absolutie kon ik hem niet schenken. Mijn luisterend oor was op dat moment de enige vorm van troost die ik hem kon bieden. Wat spookt er zoal in je achterhoofd? Welke plannen liggen er nog op tafel?  Door een hevige burn-out van enkele jaren geleden ben ik verplicht om mijn energie te doseren. Maar toch ben ik momenteel weer aan het experimenteren met korte proza. Soms merk ik dat poëzie niet altijd het juiste medium is om een verhaal te brengen; dan past een column of cursiefje beter. Het biedt me een andere structuur en ademruimte om dichter bij de alledaagse realiteit te blijven. Wat is het eerste dat je morgen doet bij zonsopgang?

Tai Chi. Ik probeer de dag te starten met de zogenaamde 'vorm': een vaste opeenvolging van bewegingen. Het duurt maar een kwartier, maar dit is voldoende om er deugd van te hebben. Ik ken de volledige 37-vorm gelukkig nog helemaal uit het hoofd — of is het mijn lichaam dat de vorm kent? Die basis heb ik te danken aan de stages die ik vroeger in binnen- en buitenland volgde om de techniek te perfectioneren. Maar uiteindelijk gaat zowel poëzie schrijven als tai chi over hetzelfde: het verstillen van het moment.

Stel. Je mag één dichtregel of een citaat in een tijdcapsule stoppen, voor een eerlijke vinder in de verre toekomst. Welke?

Als het écht een persoonlijke tijdcapsule is, kies ik voor een regel uit een van mijn eigen gedichten: 'elke herinnering plant warmte in de grond / voor wie het geheim van een glimlach kent'.

Die regel is helemaal anders dan die van Lucebert; bijna een antwoord, een reactie erop. Ik vind dat een mooie gedachte voor een vinder in de verre toekomst. Het herinnert hen eraan dat menselijke connectie, herinneringen en warmte de echte fundamenten van ons bestaan waren. Wat er ook met onze beschaving gebeurt, die basis en een gezond relativeringsvermogen blijven altijd overeind. Bedankt Hans voor deze wijze regel die godweetwaar zal landen.


gedichten bij het gesprek



 
 
bottom of page