Penseelstreek
- Wim Vandeleene
- 1 dag geleden
- 1 minuten om te lezen
Leie, metamorfoses
stenen krijgen in elke bocht een eigen kleur
een rivier vloeit uit tot penseelstreek
verboden blaasjes in de verf spartelen
tot zwemmers, druppels klappen in tot bootjes
pas na drogen krijg je een kader
later een gouden rand voor wie na je komt
hier ligt tussen lot en roem een veer
staren koeien op de achtergebleven oever
zelfs op doek blijven ze verder grazen
Uit de jongste bundel van Hans Van Miegelbeek, een Halte in de stroom, plukken we het gedicht Leie, metamorfoses. De dichter zet de rivier niet neer als deel van een landschap maar als een schilderij waarin alles beweegt. Niets kleurt binnen de lijnen. Een rivier vloeit uit tot penseelstreek, een regel die bijna achteloos klinkt maar de logica van het gedicht overhoop haalt. Water wordt verf, natuur wordt kunst, en omgekeerd. De ‘verboden blaasjes die spartelen tot zwemmers’, een regel waarin Hans met een knipoog de fysica buiten spel zet. Gedaanteverwisselingen volgen elkaar op in ijltempo. Druppels worden bootjes, een schilderij krijgt een kader na het drogen. Absurde beelden. Alsof betekenis, net als verf, tijd nodig heeft om te hechten en dat waardering (de gouden rand) een kwestie is van later, iets van anderen. De slotregels verrassen met rust. De koeien kijken toe vanaf de oever en blijven zelfs op doek onverstoorbaar grazen. Het beeld werkt ontwapenend. Te midden van al die gedaanteverwisselingen blijft er ook iets continu doorgaan. Een gedicht met een knipoog dat de poreuze grens aftast tussen materie en verbeelding. Een taalschilderij om in rond te dwalen.


_edited.png)

