top of page

Lijfspraak

  • Foto van schrijver: Johan Clarysse
    Johan Clarysse
  • 21 apr
  • 2 minuten om te lezen

Er groeien tubes in mijn holtes.

Parameters wachten op hun digitale score.

De QR-code rond mijn pols weet niet wie ik ben.


Ik herschik de hoofdpersoon in mijn verhaal.

Intriges en plots liggen voor het grijpen.

Exotisch gras tiert in mijn weefsels

verovert bekken, buik en navel.


Ik lig erbij en kijk ernaar 

als naar ruïnes van een tempel


krijg mijn lichaam niet gezegd

verklaar het onbewoonbaar.


Met cellen die zich 

dwars gedragen onderhandel ik 

een eerbaar staakt-het-vuren.

De dokter verklaart me onbevoegd

kijkt alsof ik me van dag vergis. 


Als een kariatide draag ik het

gewicht van zijn woorden. 

Tot de kamer ze uithoest.


*

De nacht schudt trage uren uit zijn vacht.

Ik schrap ze uit mijn slaap en kneed ze 

murw, kruimels tussen duim en wijsvinger.


Straatlicht hapert aan de bladeren 

van de sanseveria op mijn vensterbank. 

Een witte stilte valt.


Ik verklaar mezelf tot vijand

betreed privédomeinen waar taal 

zich op de vlakte houdt. Strategisch 

word ik een infuus op wieltjes.


*


Het is niet met de nacht dat ik ga slapen

maar met oproerkraaiers in mijn hoofd.


Ik stoot op plekken waar ik nooit kwam. 

Verhalen kapseizen. Puzzelstukken 

vallen uit hun vorm. 


Ik wil het ene leven voor het andere

ruilen, snij ramen uit muren, vergezichten.


Weerstaan of meedeinen, 

gebalde vuist of golf: 

een spreidstand die mij kiest.


*

Uren meten zich met dagen.


Een lotgenoot op mijn mobiel prijst 

wilskracht als wapen aan: je omsingelt tumoren

lokt metastasen in een hinderlaag.


Door het oog van een naald kruip je niet 

je wandelt erdoor, rug rechtop. Ergernis 

krult in mij als een verbrande lucifer.


Terwijl mijn kamergenoot koppig 

schermstaart, vermaal ik de dag tot letters 

bedenk scenario’s waarin ik uitwijken kan. 


Ik veradem en verzaak aan de lava 

die uit de kijkkast vloeit. De klaagstoel 

aan mijn bed schroef ik los 


woord voor woord, met wortel en tak.

Morgen rol ik de rode lopers uit.

Zonlicht laat ik door de kamer razen. 


*


Witte jassen schikken routineus de ochtend

stofzuigen schaduwen weg onder mijn bed

belijden de mythe van de tunnel.

Een enkeling strooit peptalk rond.


Ik word terstond immuun, slinger

wetenschap en beterschap het raam uit. 


Tot jij de kamer binnenkomt, zuurstof 

pompt in de zieke lucht. Je neemt het gevecht 

uit mijn handen, legt het te slapen.


Doorwinterd kneed je nieuwe ogen op 

mijn huid. Laat ons van ijsbloemen straks 

bladeren aan de bomen maken.

We lachen, huilen, kleden feiten uit 

bedenken een zeldzame samenloop 

van omstandigheden. 


uitgeverij P
uitgeverij P























L

 
 
bottom of page