top of page
  • Foto van schrijverAnnet Zaagsma

De ondergrondse knoop

Omlijning van een rizoom


Mijn hartslag brengt ritme, ik ben, ik ben, ik ben

voor altijd in beweging, in de schaduw van een kever

ga ik uit de bol en ontdek ik nieuwe knepen.

Ik volg de open cirkels in de harde grond.


Ben ik ooit een bindende versie van mezelf,

wie ben ik dan op andere dagen, wie ben ik

lamgelegd, bedauwd, geknikt, gestoken,

dwars door elkaar uitgezaaid naar alle poriën


en in ondergrondse lijnen van een knoop?

Ik ben, ik ben, ik ben, in minder dan drie woorden.

Zoals het strijklicht of een varenblad.

Dichterbij zal ik niet komen.





Dit gedicht van Leen Pil intrigeert me en het roept beelden en vragen bij me op. De term rizoom wordt in de biologie gebruikt als aanduiding voor een ondergrondse wortelstokkenstructuur. Het is een organisme dat niet verticaal maar horizontaal en ondergronds groeit, voortwoekerend langs ongebaande paden. Aldus Wikipedia.

In mijn tuin ken ik dit verschijnsel. Eigenwijze planten als braam, bamboe, kornoelje en kweek duiken onder, vormen daar een soort super-netwerk en komen in de ruime omgeving weer omhoog. Om als uitdijend geheel verder te groeien. Dit netwerk communiceert innig op atoom-niveau, wisselt boodschappen en voedingsstoffen uit en is vrijwel onuitroeibaar (als je dat persé zou willen). Knikken, lamleggen en bedauwen dagen het alleen maar uit.

Het fenomeen rizoom is aanleiding geweest voor een heuse stroming in het denken over de organisatie van samenlevingen. “Rizoom” is een manier van kijken naar de werkelijkheid. Het gaat over verbindingen en connecties, betekenis en beweging. Rizoom is altijd aan het worden, wordt gezegd. Een filosofie die pleit voor het maken van onderlinge verbindingen in een niet-hiërarchisch geheel, voor het principe van uitdijen, maar ook voor een “onderdeel van alles zijn”: Zen.

Bewust van de hartslag van het universum (tada-tada-tada).

De eerste strofe van het gedicht bevat mooie beelden, en in combinatie met de titel bevind ik mij daardoor al lezende visueel in een bos, onder de grond. “Wie ben ik? Ben ik ooit een bindende versie van mijzelf?” vraagt de dichter zich af. Dichterbij zal zij niet komen… Strijklicht en varenblad. De ondergrondse lijnen van een knoop. Nog meer raadsels: wat is een omlijning van een rizoom? Een schijnbare tegenstelling, of bedoeld als beperking om verder groeien te voorkomen? Gebruikt de dichter een plant als metafoor voor zichzelf?

Ik associeer “plant zijn” met het gevoel dat je krijgt als je met opzet langere tijd blijft hangen op plekken die bedoeld zijn om snel weer verder te gaan, zoals parkeerterreinen of stations. Daar simpel stil te staan of zitten, geworteld zijn en ondertussen uitgebreid ondergronds aanwezig. Observeren wat om je heen snelt, maar ook wat er net als jij langzamer en duurzamer verblijft. Een kever misschien?

Het rebelse leven van planten in onze betegelde wereld fascineert me. Ik denk aan het gras wat in families onder en tussen de tegels leeft, en strijdbaar in slow-motion uit gaatjes in het asfalt omhoog piept. Wortels van lindes die langzaam maar bruut grote stenen optillen. Bloemen die zonder vergunning luid staan te zingen op onverwachte plekken, en bijen lokken tussen het beton.

Rizomen zijn volgens mij onderdeel van dit verzet tegen verstening. Ze willen groeien en bloeien, niet beperkt worden en verbinding maken. Alsof de aarde roept: Kom, bedek samen mijn kale huid. Ik rek mij uit zodat muren scheuren en omvallen en ik weer kan ademen. Vorm onder de grond wortels om dichterbij te komen. Laat zaad landen in mijn poriën, boompjes wortelschieten in mijn oksels. Dit is het, dit is het, dit is het. In minder dan drie woorden.



Lees het weerwoord bij dit gedicht Waarom heeft een plant geen hart?



bottom of page